Figurentheater De Maan met Kleine rode Eva op weg naar volle maan

Kleine Rode Eva - © Diego Franssens
Kleine Rode Eva – © Diego Franssens

De Maan (Mechelen) blijft De Maan en wordt vanaf nu gelinkt aan het predikaat beeldsmederij. Het is een bijkomende bepaling waar de nieuwe artistieke leider en algemeen directeur Stef De Paepe aan gehecht is en die verwijst naar het kunstzinnig verwerken van de mogelijkheden die de voortdurend vernieuwende media en de technologische toepassingen aanbieden. Het figurentheater heeft er nu meer dan vroeger mee te maken maar ook het publiek, van heel jong tot oud. Niettemin blijft een goed verhaal de basis van een stevige dramaturgie terwijl een verder versterken van het visuele, het beeldende aspect, de kwaliteit van het spel kan verhogen.

Zo (ongeveer) kan men de visie samenvatten waarmee De Maan met Kleine rode Eva de weg naar een bredere horizon is ingeslagen, steunend op een traditie van zoeken naar nieuwe vormen en met een degelijke knowhow als bagage. Over vroeger, zie hierna in Korte historiek.

Met de beeldsmederij Kleine rode Eva benadrukt De Maan dat zowel kinderen,

Kleine Rode Eva - © Diego Franssens
Kleine Rode Eva – © Diego Franssens

aankomende jeugd als volwassenen samen een voorstelling moeten kunnen ervaren ook al maken ze een eigen interpretatie van wat gezegd, getoond en verklankt wordt. Het komt daarop neer dat de voorstelling écht voor kinderen en tegelijk ook écht voor volwassenen is. Geen extra laagje waar de volwassenen ook iets aan hebben. Het meer gelaagd zijn van een productie mag niet tot een scheiding leiden van het publiek. Vandaar dat Kleine rode Eva een voorstelling is op twee sporen. Je krijgt bij het binnenkomen een koptelefoon. Kinderen horen tekst en muziek op hun niveau, volwassenen horen een verhaal dat een rijper begrip veronderstelt. Het kijken blijft voor iedereen gelijk, maar het opnemen en verwerken er van is persoonlijk. Via de koptelefoon word je in feite persoonlijker aangesproken en dringen de dialogen dieper binnen. Daarenboven brengen de camera’s de miniatuurdecors en het manipuleren van de figuurtjes zeer dicht bij en wordt het acteren anders, soms zelfstandig, soms in functie van een figuur of een object. Het wordt wennen en deze eerste realisatie is nog geen definitief resultaat.

Inhoudelijk wordt het thema van het verdwijnen van een klein meisje, nog een kind, aangesneden vanuit twee verschillende benaderingen. Voor de volwassenen wordt gezinspeeld op de moord en verkrachting in 1937 van een meisje op de Antwerpse linkeroever waarover Louis Paul Boon in 1956 het verhalend gedicht De kleine Eva uit de Kromme Bijlstraat publiceerde. Dit prozagedicht werd in 1957 bekroond met de H.

Kleine Rode Eva - © Diego Franssens
Kleine Rode Eva – © Diego Franssens

Roland-Holst-prijs en daarna ook voor toneel bewerkt. In 1979 werd het in ‘t Appeltje in Antwerpen opgevoerd in een regie van Ivonne Lex, waarbij het poëtische aspect echter vervaagde door een teveel aan theatrale effecten. In Kleine rode Eva doet regisseur De Paepe het met een minimum aan tekst en een maximum aan gevoeligheid voor de delicate situatie: ondermeer de dubieuze interesse van Mijnheer De Wolf voor de aantrekkelijke kleine Eva, die aandacht fijn vindt. Daarmee is ook de link gelegd naar het bekende sprookje Roodkapje en de boze wolf (gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm, 19de eeuw), al wordt daarin vooral gefocust op de goede verstandhouding tussen Eva en haar oma.

Kern van de productie blijkt een confrontatie te zijn tussen oud en jong, volwassene en

Kleine Rode Eva - © Diego Franssens
Kleine Rode Eva – © Diego Franssens

opgroeiend kind. Oma is bezorgd om Eva en de bezorgdheid is wederzijds en van de kant van oma gericht op het beschermen van Eva, die stilaan een jonge volwassene wordt. Bijzonder scherp wordt ingegaan op het thema van de dood. Oma sterft maar Eva ook, zowel in het sprookje als in het echt gebeurde verhaal. Het laten verdwijnen van oma en Eva is vooral een sterk staaltje functionele en verrassende technologische toepassing. Ook de rol van Mijnheer De Wolf is meer gelaagd. In tegenstelling met oma heeft die mijnheer het moeilijk met zichzelf en de maatschappij. Hoe volwassen hij ook is, een jong iemand maakt hem onzeker.

Duidelijk is, dat Kleine rode Eva heel wat gevoelens, gedachten en beschouwingen los maakt waarover je na afloop zowel met kinderen als volwassenen en eventueel met makers en spelers, kunt nakaarten.

 

Info: www.demaan.be

Korte historiek

Eerst was er in 1948 het Hopla-theater van Jef Contryn (1902-1991), wegbereider van het poppentheater in Vlaanderen, en zoon Louis, dat in 1964-1965 Mechels Stadspoppentheater Opsinjoorke werd. In 1975 kreeg het, als Mechels Stadspoppentheater, een eigen theaterstructuur nabij de Sint-Romboutstoren. In 1993 werd het gezelschap officieel erkend door de Vlaamse overheid. In 1965 had Louis Contryn (1929-2014) de leiding van zijn vader al overgenomen. Louis schreef teksten, lanceerde onder andere de figuren Tijl en Luppe en was een bevlogen realisator, daarin gesteund door een sterk team en het hele gezin: zijn vrouw Jacqueline en hun twee zonen, Paul en Filip, waarvan Paul bekend is als de vaste scène-ontwerper, schepper en maker van haast alle figuren en objecten. In 1995 gaf Louis de leiding over aan Willem Verheyden en werd het De Maan. Ook Verheyden manifesteerde zich als auteur en regisseur en werd er verder aan een almaar meer energie vergende evolutie van het figurentheater gewerkt. Sedert oktober 2013 is Stef De Paepe, vele jaren actief in verschillende organisaties en gezelschappen, het nieuwe gezicht van De Maan die De Maan blijft, evenals Paul Contryn, de vaste maker, ruimte-ontwerper en speler blijft.